donderdag 17 februari 2011
Naar de top in biotech? Meedoen met de Vlamingen!
dinsdag 18 januari 2011
Kenniseconomie, quo vadis?
-De overheid geeft al weinig uit aan onderwijs en onderzoek, en gaat nog verder snijden:
a. een paar honderd miljoen op hoger onderwijs. Dat betekent minder docenten, vollere lokalen, minder individuele aandacht, en dus zeer waarschijnlijk een lagere kwaliteit.
b. de FES gelden vallen weg voor onderzoek (aardgasbaten die voor onderzoek werden aangewend, ongeveer 500 miljoen per jaar). Dat scheelt heel veel geld voor Nederlandse universiteiten, en zal zich vooral vertalen in aanzienlijk minder AIO's en postdocs (schattingen gaan uit van 3000 minder, op een totaal van 10,000 AIOs en postdocs), minder wetenschappelijke publikaties, en nog minder perspectief voor jonge mensen die een wetenschappelijke carriere willen.
-Bedrijven geven ook al heel weinig uit aan R&D; 0,9% van het BBP (Nederland zit in de Europese staart; het EU gemiddelde is 1,3%). Heeft ook te maken met de Nederlandse sectorstructuur die sterk op diensten is gericht, en daar wordt minder aan R&D uitgegeven. Maar het percentage daalt: In 1999 was het nog 1,1%.
....Maar hoe erg is het eigenlijk? Een paar relativeringen zijn op zn' plaats:
-Het percentage dat we aan R&D uitgeven is gedaald, maar het BBP in Nederlands is in de afgelopen 10 jaar veel sneller gegroeid dan het Europese gemiddelde. Als je daarvoor corrigeert ziet het plaatje re heel anders uit.
-Over R&D uitgaven: meer R&D leidt niet altijd tot meer groei. Zweden is het voorbeeld waarbij extreem hoge R&D uitgaven niet leiden tot meer groei. Bovendien wordt innovatie in de dienstensector nooit gemeten in de rankings (dat is ook heel moeilijk), terwijl Nederland het toch vooral van handel en diensten moet hebben. Misschien zijn we dus veel innovatiever dan uit deze cijfers blijkt.
-de Nederlandse economie is zeer flexibel en sterk, onze productiviteit behoort tot de hoogste in de wereld, de de groei is de afgelopen decennia hoger dan het EU gemiddelde. Welke schade richten de al jaren dalende uitgaven dan precies aan? Dat is nog nooit echt overtuigend uitgezocht. Ik schat in dat mijn punt a het meest fnuikend zal blijken.
De KIA-coalitie (een groot aantal partijen in NL die de kenniseconomie een warm hart toedragen) laat vandaag weten dat in 2020 de Nederlandse publieke uitgaven aan kennis en innovatie tussen de 4,5 en 6 miljard euro hoger moeten zijn, en de private investeringen tussen de 2,5 en 4,5 miljard euro. In een latere blog kom ik hierop terug.
donderdag 23 december 2010
Hollands industriebeleid voor milieutechnologie?
woensdag 1 september 2010
Waarom komen de farma bedrijven niet naar Nederland?
donderdag 8 juli 2010
Gelezen in NRC-Handelsblad: MSD weg uit Oss
MSD, een reuzenfarmaceut met 100.000 werknemers, moet bezuinigen. Het bedrijf schrapt wereldwijd 15000 banen, waarvan 2.175 in Oss. Opmerkelijk is dat de onderzoeksafdeling wordt opgedoekt (gespecialiseerd in anticonceptie en vruchtbaarheidsbehandelingen) maar dat de productieactiviteiten wel blijven –voor hoe lang?-. Het onderzoek wordt naar de VS verplaatst.
Is het erg dat dit gebeurt? Ja, natuurlijk voor sommige werknemers. Ook voor de regio (het was een van de grootste werkgevers van Oss), en voor Nederlandse belastingbetaler. Het bedrijf was tot voor kort het Nederlandse Organon. In 2007 werd het opgekocht door Schering Plough, dat daarna weer opging in het Amerikaanse MSD. In totaal ontving het bedrijf in de afgelopen 10 jaar 25 miljoen (!) aan onderzoekssubsidies, dat is de helft van alle subsidies voor de life science industrie. De resultaten daarvan –in de vorm van nieuwe producten en patenten, die veel geld op kunnen leveren- komen nu dus niet in Nederland terecht, maar in de VS. MSD was vooral geïnteresseerd in de nieuwe patenten –o.a. voor een medicijn tegen schizofrenie-, en niet in de onderzoekscapaciteit in Oss.
Zijn we de kennis en kenniswerkers nu kwijt? Niet per se. Sommige werknemers zullen wellicht naar de VS verhuizen; anderen zoeken een baan in de Nederlandse life science industrie.
Minister Maria van der Hoeven kan niks doen, zegt ze: een bedrijf mag zijn eigen afwegingen maken. Intussen ligt er een levensgrote vraag op het bordje van EZ: wat zijn de gevolgen voor het innovatiebeleid? Hoe er bijvoorbeeld voor te zorgen dat onderzoekssubsidies niet over de grens gesluisd worden. Ik zou wel eens willen weten wat het maatschappelijk rendement is van nationale onderzoeks- en innovatiesubsidies in een hyper-mondiale kenniseconomie.
MSD kijkt nu of er een ‘life science campus’ ontwikkeld kan worden waar kleine bedrijven zich kunnen ontwikkelen. Maar zoveel van dit soort bedrijven zijn er niet, en de kans dat de ontslagen werknemers van MSD massaal voor zichzelf gaan beginnen is heel klein: in deze sector is het starten van een bedrijf heel moeilijk gezien de complexiteit, de strenge testen en de grote onzekerheid of onderzoek wel zal leiden tot nieuwe commerciële successen. Bovendien zijn er al minstens drie steden in Nederland die een life sciences cluster ambiëren: Leiden, Amsterdam, en Utrecht. Misschien is het beter om daarbij aan te haken in plaats van nog meer versnippering te creëren. In Europa zijn er maar heel weinig life sciences clusters die er echt toe doen: Kopenhagen/Malmo, Munchen, Parijs, en Cambridge/Oxford. In Nederland kunnen we in die ‘league’ alleen meespelen als de krachten gebundeld worden.
zaterdag 27 maart 2010
Gebruikers betrekken bij innovatie?
zaterdag 3 oktober 2009
Spontaan gegroeide techno-hotspots
maandag 21 september 2009
Kun je succesvollle 'innovatiesystemen' plannen?
maandag 24 augustus 2009
Het is crisis. Meer investeren in wetenschap?
donderdag 30 juli 2009
Parijs gaat klimaatneutraal: Autolib’
Gelezen in Le Figaro, mijn favoriete Franse krant.
Parijs bindt de strijd aan met de files en de luchtvervuiling. Al sinds een paar jaar kent Parijs de Velolib’: huurfietsen die je op heel veel plekken kunt afhalen en terugbrengen. Het geldt als een groot succes: er wordt enorm veel gebruik van gemaakt, en fietsen in Parijs is nu hip in plaats van levensgevaarlijk. De flamboyante burgemeenter van Parijs, Bertrand Delanoe, is vastbesloten om dit succes te herhalen, maar dan met milieuvriendelijke auto’s. Vanaf 2010 moeten er 3000 tot 4000 electrische auto’s gaan rijden, die je kunt afhalen of terugbrengen bij 1400 locaties (waarvan 700 in Parijs en 700 in de voorsteden en omliggende gemeenten). Een abonnement gaat 15 á 20 Euro per maand kosten, en het gebruik van de auto kost nog eens 5 á 6 euro per half uur. Er is keuze uit twee modellen: één met twee zitplaatsen, en één met vier plus een kofferbak. Drie consortia hebben zich inmiddels gemeld om het ‘business model’ verder te ontwikkelen en uit te voeren. Onder de geïntereseerde partijen zijn de SNCF (Franse spoorwegen), de RATP (het Parijse OV bedrijf), en autoverhuurbedrijven (Hertz en AVIS). De Franse autoindustrie is ook blij met het initiatief : het geeft bedrijven als Renault en PSA de kans om hun achterstand op het gebied van electronische auto’s weg te werken (en er meteen veel te verkopen).
Ik vind het plan vooral interessant omdat het vernieuwend én grootschalig is (en dat lukt in Nederland haast nooit want elk stadje doet z’n eigen leuke dingen). Als het allemaal doorgaat beschikt de regio Parijs (10 miljoen inwoners) straks in één klap over een dekkende infrastructuur voor electronische auto’s (oplaadpunten, service etc.) die ook door individuele bezitters van electronische auto’s gebruikt kan worden. Dat gaat echt verschil maken in uitstoot, geluid, en misschien ook parkeerdruk. Cruciaal is dat de hele regio Parijs meedoet: zo wordt ook het forensenverkeer beïnvloed. We blijven het volgen!
Voor meer info (in het Frans, dat wel): http://www.lefigaro.fr/automobile/2009/07/23/03001-20090723ARTFIG00256-la-sncf-et-la-ratp-interessees-par-autolib-.php
woensdag 24 juni 2009
Eindhoven slimmer dan Amsterdam
Sind kort kunnen bedrijven die in de problemen zitten (en welk bedrijf zit dat niet) hun kenniswerkers op kosten van de staat detacheren bij universiteiten en andere kennisinstellingen (zie mijn vorige bericht). Een hele slechte regeling, maar wel aantrekkelijk voor bedrijven die R&D personeel in dienst hebben. Het idee voor de regeling is afkomstig uit het Eindhovense. Logisch, want daar zitten ook de meeste R&D bedrijven, maar toch: de Brabanders kregen het wel voor elkaar dat de minister flink haar portemonnee trekt: 180 miljoen! Het is een typisch staalje Endhovense lobby-power en organiserend vermogen. Meteen werd in de regio een grootscheepse campagne opgestart om bedrijven en kennisinstellingen op de regeling attent te maken. De Technische Universiteit en de hogescholen staan klaar om de kenniswerkers op te nemen. De Stichting Brainport (de aanjager van innovatie in de regio Eindhoven) brengt alle partners samen, organiseert voorlichtingsbijeenkomsten en treedt op als matchmaker (zie http://www.brainport.nl/). Daar zijn de Eindhovenaren meesters in: de regio heeft haar kenniseconomie goed georganiseerd. We kunnen er zeker van zijn dat een flink deel van de subsidies die kant opgaat.
Hoe anders is het in Amsterdam. Hier geen geco-ordineerde aanpak, geen voorlichtingsbijeenkomsten voor bedrijven en kennisinstellingen, geen lobby richting Den Haag, niks. Het is ieder voor zich en god voor ons allen. De AIM (‘Amsterdam Innovatie Motor’, ) houdt zich afzijdig, ondanks haar missie om ‘de toonaangevende positie van de regio Amsterdam in de kenniseconomie te helpen behouden en te versterken’. Ik heb de websites van de UvA, de VU en de Hogeschool van Amsterdam gecheckt: geen woord over de regeling, terwijl er toch ook voor kennisinstellingen wel wat te halen valt, zoals geld voor begeleiding, en jonge onderzoekers. Ook andere gremia (de kenniskring, Syntens) laten het afweten. En waarom heeft ‘Amsterdam’ eigenlijk niet geprobeerd om de regeling op te rekken zodat ook niet-technologische kennisbedrijven konden profiteren?
donderdag 4 juni 2009
Hoe innovatief zijn Amsterdamse dienstverleners
Uit het onderzoek blijkt dat de Amsterdamse dienstverleners het lang niet slecht doen. Op veel indicatoren scoren ze goed. Bijvoorbeeld: meer dan 80% van de bedrijven ziet met maken van fouten vooral als leerproces. In ruim 70% van de bedrijven is levenslang leren de norm; Meer dan 80% werkt hoofdzakelijk in teamverband, vaak interdisciplinair, en bijna alle bedrijven verzamelen structureel ideeen van werknemers en doen er ook wat mee.
Veel bedrijven zitten wel vast in een rigide organisatiecultuur. Bij meer dan de helft van de bedrijven liggen de werkzaamheden vast in gedetailleerde functe- en taakomschrijvingen (nier erg bevorderlijk voor 'out of the box' denken) en ook regels en procedures staan vernieuwingen nogal eens in de weg.
Natuurlijk kleven er nadelen aan zo'n onderzoek. Het blijft bijvoorbeeld onduidelijk wat het verband is tussen deze factoren en waar het allemaal om gaat bij een bedrijf: tevreden klanten, meer winst, meer omzet, een groter marktaandeel.
Amsterdamse arogantie en crisis
De studenten stelden nog een paar leuke en actuele vragen. Een over de vermeende Amsterdamse arrogantie: Vindt u dat Amsterdamse bedrijven in uw branche innovatiever zijn dan bedrijven elders? 33% dacht van wel....
En dan nog de crisis. Blijven bedrijven innoveren in deze barre tijden? Een kleine minderheid doet een stap terug (17%), de meesten blijven constant (47%), en 36% gaat juist meer innoveren! Op de langere termijn zijn de ambities nog hoger: Meer dan de helft van de bedrijven verwacht de komende drie jaar meer aan innovatie te gaan doen. Crisis of niet.