Posts tonen met het label science park. Alle posts tonen
Posts tonen met het label science park. Alle posts tonen

vrijdag 8 oktober 2010

Veel Europees geld naar Polen: wat doen ze ermee?

Drie dagen in Bialystok geweest, een studentenstad met 300,000 inwoners (waarvan 50,000 studenten) in het Noordoosten van Polen. De stad is doordrenkt van geschiedenis, overal zijn sporen van geweld, machtwisselingen, opstanden en verwoestingen, zo kenmerkend voor dit deel van Europa.  Maar het is nu vooral een stad die vooruitkijkt en onderdeel van Europa wil zijn. Europees subsidiegeld is de drijfveer van alle beleid in dit arme deel van Polen. Er gaan vele miljoenen euro’s naartoe. Om optimaal te profiteren is de stad een efficiënte projectmachine geworden, overal wordt gebouwd, er komen nieuwe wegen, nieuwe bedrijventerreinen, nieuwe buslijnen en een nieuw stadion. En de binnenstad is heel mooi opgeknapt.

Zomaar een paar projecten, met bijbehorende subsidie:

Opera en concertzaal: €25 mjn
Vliegveld: €61,5 mjn
Special Economic Zone: €12,5 mjn (bedrijfsterrein zonder belasting)
Nieuwe treinstellen: € 9,5 mjn.
Voetbalstadion: € 26,8 mjn
Science Park: € 26,9 mjn
Industrieterrein: € 2,7 mjn.
Openbaar vervoer: € 59 mjn
Nieuwe wegen: € 62 mjn.

Meestal hoeft de stad maar 20% van de projecten zelf te financieren. Dat leidt tot een enorme versnelling van investeringen, maar er is ook wel een gebrek aan visie op het geheel, en vaak weinig kritische reflectie op nut en noodzaak van investeringen. Alles is erop gericht om het geld weg te zetten, en ik denk dat ze dat op lange termijn gaat opbreken. Het gaat trouwens niet alleen om hardware: belangrijk doel is ook het stimuleren van ‘innovatief ondernemerschap’ in de regio. Bedrijven worden ongelofelijk in de watten gelegd; ze krijgen vrijwel gratis kapitaal, R&D uitgaven worden voor 80% gefinancierd, en startende bedrijven krijgen zelfs geld om voor twee jaar hun exploitatie te dekken.  Stimuleer je zo ondernemerschap? Ik denk dat je bedrijven vooral leert hoe subsidieaanvraagformulieren op de juiste manier in te vullen, en zich te schikken naar de voorwaarden.

Ik kwam vooral voor het science park, en om te discussiëren over hun kenniseconomie, samen met een aantal experts uit andere landen. De stad is bezig om een ‘science & technology park’ aan te leggen, vrijwel volledig gefinancierd met Europees geld, maar wat moet er eigenlijk in dat park komen? De bestuurders van de stad zoeken naar oplossingen, en doen dat op een positieve en energieke manier. Ik vond de ambtenaren sterk opereren, en ze spreken vrijwel allemaal goed Engels. De ambitie is echt om de stad verder te brengen in de kenniseconomie, maar in de praktijk is dat niet zo eenvoudig. Veel bedrijven staan laag op de technologische ladder en innoveren nauwelijks; buitenlandse investeerders kiezen vaak voor Warschau of andere grotere steden. De groei moet echt van binnenuit komen. Samen met lokale mensen hebben we een aantal suggesties gepresenteerd aan de burgemeester. Die ziet ook alleen het neerzetten van een gebouw niet genoeg is. Het probleem zit’m vooral in de gebrekkige samenwerking tussen de universiteiten en de stad. Die werken volledig langs elkaar heen, en bovendien zijn de universiteiten erg naar binnen gericht. Waar heb ik dat trouwens eerder gezien?




vrijdag 2 juli 2010

Slimme nieuwe campus in Aken

Deze week heb ik een studiereis georganiseerd naar Aken, om meer te weten te komen over de ambitieuze plannen voor een nieuwe campus. Ik ben onder de indruk geraakt van de degelijke en doordachte manier waarop men te werk gaat.

Aken heeft een grote technische universiteit, een van de grootste van Duitsland: de RWTH (Rheinisch-Westfalische Technische Hochschule).

Alle technische disciplines zijn vertegenwoordigd, en een aantal jaar geleden kreeg de RWTH het predicaat ‘excellente universiteit’ en behoort daarmee tot de elite van onze oosterburen. Alleen: de stad profiteerde van oudsher economisch maar weinig van haar kennisinstelling. Studenten vetrokken na hun studie, vooral richting het zuiden (Munchen, Stuttgart) waar de meeste technologiebedijven zitten. De laatste jaren is het de RWTH gelukt om veel onderzoeksprojecten samen met de industrie op te zetten. Het is nu de universiteit met de grootste projectportefeuille van Duitsland, nog voor Munchen.

Op die kracht wordt nu verder gebouwd, met de ontwikkeling van een enorm ambitieus campusgebied. Op twee plekken in de stad verrijst een nieuwe campus, en de komende 10 jaren wordt 2 miljard euro geïnvesteerd. De universiteit heeft een speciaal bedrijf opgericht, de Campus GmbH, om het project te realiseren.

Bijzonder aan de campus is het sterke concept. Dat is geënt op de cluster-gedachte: zet onderzoeksgroepen naast bedrijven die in dezelfde technologie geïnteresseerd zijn, en laat ze samen nieuwe dingen bedenken. De RWTH heeft intern een aantal sterke onderzoek-speerpunten geïdentificeerd (met voldoende massa), en vervolgens aan technologiebedrijven gevraagd of ze zich in hetzelfde cluster op de campus willen vestigen. Daar moeten ze wel wat voor doen: een contract tekenen, waarin de aangeven hoeveel contractonderzoek ze gaan doen voor de universiteit, en welke onderwijsverplichtingen ze op zich willen nemen. Onderwijs is dus part of de deal: men hoopt dat de kwaliteit van het onderwijs toeneemt als managers uit het bedrijfsleven komen vertellen hoe het echt werkt. Werknemers van de bedrijven kunnen overigens tegen gereduceerd tarief een part-time masteropleiding aan de RWTH volgen. De nieuwe campus gaat dus bestaan uit een aantal gespecialiseerde ‘mini-campussen’, elk met een toekomstvast en interdisciplinair onderzoeksthema, en soms ook aangevuld met TNO-achtige onderzoeksinstituten zoals Fraunhofer.

Ik zie er wel wat in. Het sterke is dat onderzoek altijd centraal staat, en de universiteit houdt de regie. In toegepaste onderzoeksgebieden –zoals windenergie, verbrandingsmotoren, of nieuwe materialen- is het logisch om heel nauw met bedrijven samen te werken. Er zit veel kennis in bedrijven waar de universiteit niet over beschikt. In dit concept geven bedrijven echt lange-termijn commitment aan de samenwerking, en helpen ook om het onderwijs beter te maken. Het is dus veel strategischer dan voorheen. En je zet ze echt fysiek heel dicht bij elkaar.

Een ander sterk punt is de architectuur en het business-model. Huurders van de campus –bedrijven, of instellingen- kunnen aangeven wat voor faciliteiten ze nodig hebben, en daar wordt hun gebouw dan op aangepast (dan moeten ze wel 10 jaar blijven). Vervolgens wordt een investeerder gezocht. Er is ook voldoende massa, zodat er per ‘mini-cluster’ in specifieke labs kan worden geïnvesteerd. De huren zijn volledig marktconform, er zit geen cent subsidie bij. Overigens sluit het model samenwerking met externen die niet op de campus zitten geenzins uit.

En: Het werkt. Al meer dan 80 bedrijven hebben een samenwerkingsovereenkomst getekend en komen dus naar de campus; de meeste daarvan waren voorheen niet in Aken actief. Al met al wordt verwacht dat er 5,000 kenniswerkers bijkomen dankzij de campus. De bedrijven komen heel graag, ook al omdat het (oa door de vergrijzing) steeds moeilijker wordt om aan afgestudeerde technici te komen. Dit concept biedt hun de kans om bovenop het talent te zitten.

De Duitsers hebben het goed voor elkaar, en zo’n kijkje over de grens zet ook de situatie in Amsterdam even in perspectief. En dat stemt niet vrolijk. Vergelijk dit doordachte concept met ‘onze’ Amstelcampus en het Science Park, en je beseft welke kansen er in Amsterdam blijven liggen. En je krijgt als stad of universiteit niet elk jaar de kans om een campus te bouwen.

Stedenbouwkundig vind ik het overigens allemaal wat minder geslaagd in Aken. Er wordt te weinig gemixt (vooral in het verstgelegen deel van de campus), en waarschijnlijk kun je er na werktijd een kanon afschieten omdat er verder in het gebied niks te doen is.

Voor wie meer wil weten:

http://www.rwth-aachen.de/go/id/zdb