donderdag 23 december 2010

Hollands industriebeleid voor milieutechnologie?


NRC Handelsblad heeft vertrouwelijke documenten in handen over het nieuwe innovatie/industriebeleid van de regering. De ambitie: Nederland moet een topland worden in drie technologieën: Windenergie op zee, zonnepanelen, en de ‘biobased economy’ (energie uit biomassa).  Consultant Roland Berger heeft uitgerekend dat deze technologieën samen tot 2020 ongeveer 7,5 miljard euro aan extra economische activiteit gaan opleveren, en tienduizenden extra banen (wie moeten die eigenlijk vervullen? Er is nu al een enorm tekort aan ingenieurs)

Het ministerie zet in op 2 sporen. Het eerste spoor is erop gericht om de milieudoelstellingen te halen (14% duurzame energie in 2020, en 20% minder CO2 uitstoot t.o.v. 1990). Dat wil men doen door het gebruik van ‘bewezen’ milieutechnologie te stimuleren. Hoe precies is nog niet duidelijk.
Het tweede spoor betreft het ontwikkelen van nieuwe, veelbelovende technologie voor de toekomst op de drie bovengenoemde gebieden. Er komt een groen fonds waar kleine bedrijven financiering kunnen krijgen, en het ‘wetenschappelijk onderzoek wordt gebundeld’.

Intussen komt dit beleid natuurlijk rijkelijk laat. De Denen liggen al mijlenver voorop met windenergie, de Duitsers met wind en biomassa, en de Spanjaarden en Chinezen met zonne-energie. Bovendien: hoe zinvol is het om als klein land proberen uit te blinken in technologie die over de hele wereld wordt ontwikkeld en gestimuleerd, en waar mondiaal vele grote ondernemingen actief zijn? Nederland heeft simpelweg een te kleine thuismarkt, en slechts een klein aantal spelers die er toe doen in dit mondiale geweld.

Mijn alternatief: geen specifiek industriebeleid voor milieutechnologie in Nederland; laat Nederlandse bedrijven toeleveren aan landen die al veel verder zijn dan wij. Het bundelen van het technologisch onderzoek moet internationaal gebeuren: Europees samenwerken is veel zinvoller dan nationaal.
En dan om de milieudoelstellingen te halen: verplicht energieleveranciers om een bepaald deel van hun energie uit duurzame bronnen te halen. Die hebben dan vanzelf een prikkel om de beste technologie ‘van de plank’ in te kopen.


dinsdag 2 november 2010

Welke steden hebben het snelste internet?



Het Japanse onderzoeksbureau Akamai onderzocht welke steden in de wereld de snelste internetverbindingen hebben (gemiddeldes per huishouden).

In de top 100 zijn Aziatische steden sterk dominant:  62 steden uit Japan, 12 uit Zuid Korea. 10 uit de VS en ‘maar’ 15 uit Europa. De top 5 is geheel. De top 10 is geheel Zuid-Koreaans: Burgers en bedrijven in de grote steden daar hebben gemiddelde downloadsnelheden van 15 to 21 Mbps! Dankzij grote overheidsinspanningen is glasvezel wijdverbreid, en Zuid Korea is inmiddels koploper op het gebied van ICT, game-ontwikkeling en social media.  Er staan ook Nederlandse steden in de top 100:  Groningen (7.8Mb/s), Joure (6,8), Tilburg (6,7) en Kamperland (6,1). Allemaal kleine plaatsen dus.

De rest van de top-100 bestaat vooral uit grote steden of zelfs mega-cities als Hong Kong en Seoul. En daar zijn de economische spin-offs van dit soort hogesnelheidsnetwerken ook het grootst, want daar zit de innovatieve ICT industrie en dienstverlening. In Nederland blijven we teveel in pilot-projecten hangen.

Amsterdam scoort 5,7 Mb/s, heel laag vergeleken met de Aziaten maar niet eens zo slecht in Europees perspectief. Zie hier het mooie rapport, met interactieve kaarten waar je op steden kunt klikken.



  

maandag 1 november 2010

Gelezen in Financial Times: etnische zuiveringen in Londen (en Amsterdam?)


Het gebeurde in Parijs en Amsterdam: de herwaardering van de binnenstad dreef de prijzen op. Iedereen wil er wonen, en nu kunnen alleen de rijken (meestal wit) het zich nog permitteren. De historische binnensteden van Amsterdams en Parijs zijn het permanente domein geworden van de welgestelde elite, en een consumptiespeeltuin voor buitenlandse toeristen en dagjesmensen (dat gaat overigens lang niet altijd goed samen, vraag het bijvoorbeeld Youp van ‘t Hek). De armen zijn langzaam maar zeker naar de marge verdreven: Amsterdam West,  Clichy-sous-Bois.
Londen was altijd een beetje anders: geen aaneengesloten historische binnenstad; altijd al meer een ongeplande mix van arm en rijk, peperdure appartementen en chique winkelstraten vlak naast straatarme wijken. Maar dat gaat misschien veranderen, want de nieuwe Britse regering gaat het woonbeleid veranderen. Huursubsidies gaan omlaag en er komt meer ruimte voor de markt. Onvermijdelijk gevolg: een snellere gentrificatie van Londen. De burgemeester, Boris Johnson (ook een conservatief) wil dat niet, en is de strijd met Cameron aangegaan.  Hij vergeleek de effecten van de nieuwe maatregelen met etnische zuiveringen op de Balkan in de jaren ’90. Enigszins overdreven, maar Johnson heeft wel een punt: hij vreest dat de vernieuwingskracht van Londen achteruit zal gaan wanneer er alleen nog maar gearriveerde types wonen. Wordt Londen een tweede Parijs: een schitterend museum en consumptieparadijs, omringd door enorme woonwijken vol met gefrustreerde immigranten? Ook in Amsterdam is er ook al heel wat gezuiverd: de Jordaan, de Pijp, nu de Indische buurt, en wie weet wat nog volgt.
Welvaartsgroei en kenniseconomie maken steden nog aantrekkelijker als werkplek,  handelscentra en consumptieparadijzen (we even een steeds groter deel van ons inkomen uit aan luxe en leisure, waar steden het patent op hebben). De prijzen zullen verder stijgen, de gentrificatie zal onverminderd doorzetten.
Kan dat zomaar ongestraft? Diversiteit is juist wat steden juist zo leuk, bruisend en vernieuwend maakt, maar de markt creëert die diversiteit niet uit zichzelf.
Corporaties hebben steeds minder prikkels om goedkope woningen te bouwen, de overheid heeft geen cent meer en is de komende jaren niet in de positie om grote eisen te stellen. Waar komen we uit?