woensdag 24 juni 2009

Eindhoven slimmer dan Amsterdam

Sind kort kunnen bedrijven die in de problemen zitten (en welk bedrijf zit dat niet) hun kenniswerkers op kosten van de staat detacheren bij universiteiten en andere kennisinstellingen (zie mijn vorige bericht). Een hele slechte regeling, maar wel aantrekkelijk voor bedrijven die R&D personeel in dienst hebben. Het idee voor de regeling is afkomstig uit het Eindhovense. Logisch, want daar zitten ook de meeste R&D bedrijven, maar toch: de Brabanders kregen het wel voor elkaar dat de minister flink haar portemonnee trekt: 180 miljoen! Het is een typisch staalje Endhovense lobby-power en organiserend vermogen. Meteen werd in de regio een grootscheepse campagne opgestart om bedrijven en kennisinstellingen op de regeling attent te maken. De Technische Universiteit en de hogescholen staan klaar om de kenniswerkers op te nemen. De Stichting Brainport (de aanjager van innovatie in de regio Eindhoven) brengt alle partners samen, organiseert voorlichtingsbijeenkomsten en treedt op als matchmaker (zie http://www.brainport.nl/). Daar zijn de Eindhovenaren meesters in: de regio heeft haar kenniseconomie goed georganiseerd. We kunnen er zeker van zijn dat een flink deel van de subsidies die kant opgaat.

Hoe anders is het in Amsterdam. Hier geen geco-ordineerde aanpak, geen voorlichtingsbijeenkomsten voor bedrijven en kennisinstellingen, geen lobby richting Den Haag, niks. Het is ieder voor zich en god voor ons allen. De AIM (‘Amsterdam Innovatie Motor’, ) houdt zich afzijdig, ondanks haar missie om ‘de toonaangevende positie van de regio Amsterdam in de kenniseconomie te helpen behouden en te versterken’. Ik heb de websites van de UvA, de VU en de Hogeschool van Amsterdam gecheckt: geen woord over de regeling, terwijl er toch ook voor kennisinstellingen wel wat te halen valt, zoals geld voor begeleiding, en jonge onderzoekers. Ook andere gremia (de kenniskring, Syntens) laten het afweten. En waarom heeft ‘Amsterdam’ eigenlijk niet geprobeerd om de regeling op te rekken zodat ook niet-technologische kennisbedrijven konden profiteren?

Het probleem is natuurlijk dat ‘Amsterdam’ niet bestaat. We hebben in de hoofdstad geen sterke club zoals het Eindhovense Brainport, die door alle regionale spelers wordt gedragen en gerespecteerd (en, niet onbelangrijk, van middelen wordt voorzien). Waarom eigenlijk niet? Wie het weet mag het zeggen.

Foute staatssteun voor kenniswerkers

Vanaf vrijdag 19 juni kunnen bedrijven voorstellen indienen om hun R&D personeel van de loonlijst te halen en te detacheren bij kennisinstellingen zoals universiteiten, HBOs of TNO instituten. De regeling ‘kenniswerkers’ is bedoeld om kenniswerkers op termijn voor Nederlandse bedrijven te behouden. De regeling geldt voor ondernemingen die kampen met acute omzetdaling. De kennis en expertise van de onderzoekers wordt voor een periode van maximaal 1,5 jaar beschikbaar gesteld aan publieke kennisinstellingen, bijvoorbeeld een universiteit of TNO. De onderzoekers worden gedetacheerd bij deze kennisinstelling, ze blijven in dienst van de onderneming. Het is de bedoeling dat na die periode de onderzoekers weer volledig werkzaam zijn in de private sector. De overheid trekt er een fors bedrag voor uit: 180 miljoen euro.

De regeling klinkt sympathiek, en is zonder veel problemen en discussie ingevoerd. Maar er valt heel wat op aan te merken:

1. De regeling is bedoeld om kenniswerkers voor Nederland te behouden. Maar waar zouden ontslagen kenniswerkers naar toe moeten? De recessie is wereldwijd.

2. Het is wel een heel verleidelijke manier voor bedrijven om tijdelijk hun dure kenniswerkers van de loonlijst af te halen. Het risico is nul, de kosten zijn voor de belastingbetaler. De zuiverende werking van een crisis (slechte bedrijven gaan failliet, goede overleven) wordt teniet gedaan want iedereen profiteert.

3. De kenniswerkers gaan projecten doen bij kennisinstellingen. Die projecten moeten in een razend tempo worden opgezet, en ook nog voldoen aan een groot aantal bureaucratische criteria (zie http://www.senternovem.nl/kenniswerkers/veelgestelde_vragen/index.asp). Dat is vragen om slechte cq nutteloze projecten

4. De regeling is eenzijdig gericht op research en development. Het komt er op neer dat alleen technologische kenniswerkers in aanmerking komen. Maar waarom zouden die belangrijker zijn dan bijvoorbeeld juristen, financiƫle experts (die worden ook bij bosjes ontslagen), of marketingdeskundigen. Alsof dat geen hoogwaardige kenniswerkers zijn.

5. De uitvoering van de regeling is heel duur en complex. Hoe gaan NWO en SenterNovem controleren of al die honderden projectvoorstellen goed zijn? (alleen daar kun je al een batterij kenniswerkers mee aan het werk houden). Hoe erg moet de omzetdaling precies zijn (is niet gedefinieerd). En hoe kom je erachter of mutlinationals niet gewoon tijdelijk hun dure projecten ‘verhuizen’ naar een universiteit?

Kortom: een goedbedoelde regeling die alleen maar verkeerd kan uitpakken en heel veel geld kost.

vrijdag 12 juni 2009

Wordt het nog wat met de Amstelcampus?

De Hogeschool van Amsterdam heeft al jaren last van ruimtegebrek, en daarom wordt hard gewerkt aan de Amstelcampus. Zie http://www.amstelcampus.com/

Daar moeten alle afdelingen samen komen, aan de rand van het stadscentrum. Op zichzelf is het een goed idee om een campus niet ergens in een weiland buiten de stad te bouwen (zoals in de jaren 70 in de mode was) maar midden in de stad. Voor studenten is het veel leuker om midden in de stad te studeren. De afstand tussen de hogeschool en de echte wereld wordt er letterlijk door verkleind; en je kunt allerlei voorzieningen (sportfaciliteiten, horeca, openbare ruimtes) delen met andere gebruikers van de stad, met alle voordelen van dien. Bovendien kan de campus helpen om de kop van de Wibautstraat (momenteel niet echt de gezelligste plek van Amsterdam) een facelift te geven. De planners van de gemeente Amsterdam zijn daarom ook enthousiast.


Ik ben zelf iets minder onder de indruk van de plannen. Zoals het zich laat aanzien wordt de campus een weinig samenhangende verzameling gebouwen van de HvA, waarin de domeinen zich zullen vestigen. Iedereen kan blijven doen wat ie altijd al deed, maar nu in een nieuw gebouw. En dat is jammer, want zo’n verhuizing is een uitgelezen kan om nieuwe dingen te doen en nieuwe concepten te ontwikkelen. Alleen: de planvorming wordt gedomineerd door mensen die met hele andere dingen bezig zijn, zoals beheerders (‘waar laat ik onze studenten, hoeveel vierkante meters moeten we claimen’), stadsplanners en stedebouwkundigen (‘hoe passen we de campus in de stad’) en architecten (‘hoe moeten de gebouwen eruit zien’).

De website van de campus is veelzeggend. Je krijgt vooral informatie over welke gebouwen waar komen te staan, en wanneer, plus wat artist impressions. Geen woord over wat er in en rond die gebouwen gaat gebeuren. Maar daar gaat het juist om.

Er is veel te weinig nagedacht over nieuwe thematische concepten of clusters, en hoe je van daar uit een interessante campus kan maken. De campus is ook erg intern ‘HvA’ gericht, er is nauwelijks aandacht voor nieuwe samenwerkingen met bijvoorbeeld de UvA of het bedrijfsleven, of mogelijkheden voor startende ondernemers. Terwijl juist daar veel kansen liggen.

Verzin eerst een concept en ga dan pas ontwerpen

Je zou op de campus bijvoorbeeld een ijzersterk mediacluster kunnen creĆ«ren. We hebben het domein mediacreatie, probeer in aanvulling daarop om media-gerelateerde opleidingen van de UvA naar de campus te halen (De HvA vormt tenslotte een bestuurlijke eenheid met de UvA!). Zorg voor de allerbeste faciliteiten (zoals studio’s, ICT voorzieningen, maar ook expositieruimtes). Gebruik die niet alleen voor het onderwijs, maar stel ze ook onder gunstige voorwaarden open voor (startende) bedrijfjes in de mediasector. Maak goedkope werkplekken voor starters, en zorg voor gedeelde faciliteiten zoals receptie, boekhouding en administratie. Begin een medialab waar vernieuwend onderzoek gedaan kan worden door hoogleraren, lectoren, docenten en studenten. Zo worden we een echt ondernemende hogeschool met uitstraling voor de hele stad.

Je kunt ook denken aan een thematische aanpak. Misschien kunnen we opleidingen groeperen rond een thema als duurzaamheid (genoeg te doen op dat gebied), met bijdragen uit verschillende domeinen, combinaties maken met de UvA, en ook weer alle ruimte bieden voor bedrijven, start-ups en onderzoeksprojecten. We kunnen vernieuwende onderzoeksprojecten doen, waar studenten en bedrijven c.q. de gemeente Amsterdam (duurzaamheid is prioriteit nummer 1) samenwerken. Als je een idee hebt over hoe zoiets er uit kan zien, kun je gaan kijken welke technische faciliteiten en ruimten daarvoor nodig zijn, en slimme business modellen ontwikkelen om ze te gebruiken en open te stellen voor iedereen. Zo maak je een inspirerende leeromgeving die ook commercieel interessant is en maatschappelijke meerwaarde oplevert. Eenvoudig is het niet. Zo’n benadering vraagt om creativiteit, nieuwe wegen inslaan, loskomen van vastgeroeste structuren, en nieuwe gemeenschappen en afspraken maken met externe partners.

Bij een verhuizing ligt toch alles overhoop, dus dit is de kans om eens iets nieuws te gaan beginnen.

Helaas is de Amstelcampus teveel gepland vanuit een vastgoed perspectief en naar binnen gericht, in plaats van een sterk concept. De volgorde zou moeten zijn: bedenk eerst, samen met relevante partners, vernieuwende concepten die passen bij 21e eeuws hoger onderwijs; denk vervolgens na welke eisen dat stelt aan de vormgeving en inrichting van een campus; en geef dan pas een opdracht aan een architect of stedebouwkundige. Maar misschien is het nog niet te laat: de campus is nog niet af, er is nog veel mogelijk. Wie pakt de handschoen op?